In de donkere kelder van een popwedstrijd

with Geen reacties

grote-prijs

Als muziekjournalist ben ik door de jaren heen meerdere malen benaderd om te jureren of demo’s te beoordelen voor lokale popwedstrijden. Meestal voor prijzen in mijn thuisstad Nijmegen, maar soms ook elders in het land, zoals deze zomer voor de Grote Prijs van Rotterdam. Hartstikke leuk natuurlijk. Doe ik graag. Maar wat de meeste mensen niet weten is dat voor iedere puike ontdekking die zo’n popwedstrijd oplevert, drie inzendingen nooit het daglicht zien. Weggefilterd door mensen als ik. Veel van deze inzendingen zijn simpelweg van slechte kwaliteit. Maar sommigen zijn zo absurd, zo waanzinnig of zo oprecht in hun slechtheid dat ze bij je blijven.

Een echte muzikant haalt muziek uit zijn ziel. Dat onderscheid hem van de artiest die muziek alleen maar objectief snapt en effectieve maar gevoelloze meezing- of meespringplaten maakt. Ook onder artiesten die demo’s naar popwedstrijden sturen zijn er genoeg die hun ziel bloot leggen. Tot mijn eigen ongemak heb ik gemerkt dat ik die kijkjes in muzikantenzielen vooral interessant vind wanneer de resulterende muziek onwaarschijnlijk slecht is.

Zo heb ik wel eens een rapper moeten beoordelen die het gangster imago liet voor wat het was en in zijn tracks zichzelf blootlegde met persoonlijke teksten. Het was alleen jammer, en een beetje aandoenlijk, dat hij de muzikale ziel had van een negenjarig kind en zijn rijmtechniek van sinterklaasgedichten had geleerd. Of wat dacht je van een producer die in zijn bio de lat hoog legde door spannende artiesten als Jamie xx te noemen, maar zelf de meest saaie, eentonige en emotieloze winkelcentrumhouse maakte. Bijzonder toch?

Verreweg de meest opmerkelijke inzending die ik ooit heb mogen beoordelen kwam van een dame die zichzelf een ‘gipsy queen on acid’ noemde. Haar begrip van wat muziek is was zo radicaal anders, zo onmenselijk, dat ik me een fractie van een seconde afvroeg of het ontstaan was uit pure genialiteit. Een fractie maar. Want daarna drong heel snel het besef door dat haar muziek weerzinwekkend slecht was. Ze stuurde me tracks van een kwartier die stuurloos van het ene in het andere synthloopje overgingen, vol structuurloze keyboardimprovisatie en ritmes die simpelweg niet op elkaar aansloten, alsof je twee house nummers door elkaar afspeelt. Woorden schieten te kort om uit te leggen hoe absurd en ondraaglijk haar idee van muziek was. Maar aan de andere kant was het ook prachtig. Want deze chaotische zooi was blijkbaar iets waar de gipsy queen intens van kon genieten. Het had een oprechtheid en een openheid die geen enkele andere inzending had. Voor mij voelde het alsof ze iets heel persoonlijks met mij deelde. Alsof de muzikale hobby waar ze mij aan blootstelde een vrijetijdsbesteding was die maatschappelijk niet wordt geaccepteerd of begrepen, zoals larpen, extreme bondage of kinderlokken. Kortom, zij legde haar ziel bloot aan mij. En ik moest haar in de beoordeling genadeloos neerhalen.