Het betoog dat Rob Wijnberg had moeten houden

with Geen reacties

dwdd

Begin deze maand zag ik toevallig een item in DWDD over privacy in verband met autoverzekeringen. Rob Wijnberg, hoofdredacteur van de correspondent, kwam pleiten voor het kamp van privacyfanaten maar wist niet echt te overtuigen. Juist daarom zette zijn betoog mij aan het denken. Ik schaar mij meestal automatisch aan de kant van de privacybeschermers. Maar is dit soort big data nou echt zo gevaarlijk, of zijn Wijnberg en ik gewoon van die paranoïde gasten met hoedjes van aluminiumfolie?

Eigenlijk ben ik helemaal niet zo beschermend over mijn privacy. Je kunt mijn naam googlen (ik heb een vrij zeldzame achternaam) en van alles over mij te weten komen, o.a. waar ik woon, hoe ik eruit zie, waar ik naar school ben gegaan, welke sport ik beoefen, waar ik werk, van welke muziek ik hou, dat ik artikelen schrijf voor diverse websites en dat ik in mijn vrije tijd graag tekeningen maak. Maar een flink deel van die informatie heb ik zelf op het web geplaatst en beheer ik dus zelf. Bij big data is dat anders. Onder big data valt o.a. het verzamelen van grote hoeveelheden informatie waarmee het gedrag van individuen geanalyseerd of zelfs voorspeld zou kunnen worden, zoals de informatie over mijn surfgedrag die google registreert en opslaat, of de informatie over rijgedrag die Achmea wilde verzamelen.

Het probleem

Bepaalde informatie hou je natuurlijk liever voor jezelf. Maar wat kan het eigenlijk kwaad als bedrijven of instanties informatie over ons surf- en rijgedrag kunnen verzamelen. Als je niets te verbergen hebt is het toch geen probleem? Toen die vraag in DWDD opkwam wist Wijnberg niet echt goed uit te leggen wat het gevaar kan zijn. Hij kwam met een geïmproviseerd voorbeeld over het LinkedIn profiel van discussiepartner Matthijs Bouman, en hoe je moedwillig zulke informatie kunt misbruiken. Maar een LinkedIn profiel is van een heel andere aard dan de informatie die Achmea wilde verzamelen, en volgens mij is het moedwillig misbruiken van informatie helemaal niet het voornaamste gevaar van het fenomeen big data.

De kern van het probleem is samen te vatten met de volgende stelling:

Meer informatie leidt niet per definitie tot meer waarheid.

Het is een simpel stukje wetenschapsfilosofie dat de meeste universitair opgeleide mensen meekrijgen tijdens hun studie: waarheidsvinding is niet alleen afhankelijk van de hoeveelheid informatie die beschikbaar is, maar ook van de vragen die je stelt en van de manier waarop je de informatie analyseert en interpreteert. Bedrijven en organisaties die met big data werken zijn geen wetenschapsinstituten en zullen niet lang stilstaan bij dit soort methodische vraagstukken. Zij zoeken juist naar antwoorden die voor hen interessant zijn. De manier waarop informatie wordt geïnterpreteerd kan, bewust of onbewust, worden bepaald door zakelijke belangen. Om niet te spreken van het feit dat de context waaruit data wordt verzameld grotendeels verloren gaat bij dit soort analyses. Als instanties meer informatie over je hebben, wil dat dus niet per definitie zeggen dat ze betere, meer rechtvaardige conclusies over jou trekken. Dit is het probleem.

Het gevaar

Dan nu het gevaar. Dat ligt in het neveneffect van een grote beschikbaarheid van data: instanties worden zekerder van hun conclusies. Oordelen worden volhardend en moeilijker aan te vechten. Als een instantie over alle informatie over jou beschikt maar een verkeerd oordeel velt, zie dan maar eens te bewijzen dat zij hun data verkeerd interpreteren. Bij informatie over rijgedrag zullen verkeerde conclusies niet levensbedreigend zijn. Maar als het gaat om zaken van levensbelang, zoals een uitkering of vergoeding van ziektekosten, wordt het veel schrijnender. Een onjuist oordeel op dit gebied kan een leven verwoesten. Verkeerde conclusies mogen in zulke gevallen eigenlijk niet voorkomen, en als ze wel voorkomen moet een burger tenminste gewapend in de tegenaanval kunnen gaan. Maar big data bewapent juist de instanties in zulke conflicten. Zij hebben er grip op, particulieren niet.

Voorbode

Voor een idee van hoe dit verkeerd zou kunnen gaan, hoef je niet verder te kijken dan de belastingdienst. Hoewel die instantie niet werkt met big data in enge zin, beheren zij toch een grote hoeveelheid informatie over individuele burgers. Alles van inkomen en opleiding tot leefsituatie en gezondheid. Maar ondanks dat de belastingdienst zo veel over ons weet, vellen zij toch met grote regelmaat verkeerde oordelen. Huisgenoten worden onterecht als fiscale partners bestempeld, belastingschuld wordt verkeerd verrekend op toeslagen, enzovoort. Hoe meer data de belastingdienst moet verwerken, hoe meer er fout lijkt te gaan. Iemand die wel eens met dit overheidsorgaan heeft geworsteld weet hoe moeilijk het kan zijn om te zorgen dat zulke fouten hersteld worden.

Conclusie

Om mijn conclusie persoonlijk te maken: uit gemakzucht vertrouw ik google met mijn surfdata, en ik kan me voorstellen dat mensen voor wat financieel voordeel Achmea zouden vertrouwen met informatie over hun rijgedrag. Maar ik zeg: laat het gebruik van dit soort informatie geen gemeengoed worden. Instanties die een grote impact hebben op ons leven, zoals zorgverzekeringen en overheidsinstanties, zou ik daar niet mee willen bewapenen.